Twee jaar na de invoering van de Omgevingswet zou het omgevingsrecht eenvoudiger, sneller en samenhangender moeten zijn geworden. De praktijk laat vooralsnog iets anders zien. Uit recent onderzoek naar de gemeentelijke vergunningverlening blijkt dat veel van de beloofde verbeteringen nog nauwelijks zichtbaar zijn. Voor initiatiefnemers, gemeenten en adviseurs blijft het zoeken in een stelsel dat juist overzicht en samenhang had moeten brengen.

Kritische signalen uit de praktijk

Aanleiding voor die conclusie is een kritische reflectie van de Evaluatiecommissie Omgevingswet op de werking van de wet in de dagelijkse gemeentelijke praktijk. Veelzeggend genoeg draagt het rapport de titel Werk aan de winkel. De commissie spreekt daarin haar zorgen uit over de vraag of de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving, een van de kernambities van de Omgevingswet, in de praktijk wel echt van de grond komt.

Die reflectie is mede gebaseerd op onderzoek van Kwink Groep naar de vergunningverlening door gemeenten onder de Omgevingswet. Daarin is bekeken in hoeverre de omgevingsvergunning inmiddels bijdraagt aan de vier bekende verbeterdoelen van de wet: meer gebruiksgemak, meer samenhang, meer lokale afwegingsruimte en snellere, betere besluitvorming.

Meer gebruiksgemak blijft uit

Een van de belangrijkste beloften van de Omgevingswet was dat het voor initiatiefnemers eenvoudiger zou worden om te bepalen welke toestemmingen nodig zijn. Volgens de onderzoekers is daarvan nog geen sprake. Integendeel: het is vaak juist minder duidelijk geworden welke vergunningen moeten worden aangevraagd.

Ook de Vergunningencheck in het DSO biedt nog onvoldoende houvast. Het grote aantal vragen en de gebruikte terminologie sluiten volgens de onderzoekers onvoldoende aan op de praktijk van gebruikers. Dat maakt het traject niet alleen minder toegankelijk, maar vergroot ook de kans op onduidelijkheid en vertraging.

Minder overzicht, meer versnippering

Niet alleen initiatiefnemers lopen tegen die onduidelijkheid aan. Ook voor bevoegde gezagen is het minder overzichtelijk geworden welke vergunningen precies nodig zijn en of elders al toestemming is verleend. Zeker wanneer meerdere bestuursorganen betrokken zijn, blijkt het lastig om het totaalbeeld scherp te krijgen.

Ook het doel van meer samenhang lijkt voorlopig buiten bereik. In plaats van een integrale beoordeling van initiatieven is er in de praktijk vaak juist sprake van verdere versnippering. Voor één initiatief worden regelmatig meerdere enkelvoudige aanvragen ingediend. Daardoor wordt het moeilijker om een plan als geheel te beoordelen en de gevolgen voor de omgeving in samenhang te wegen. Juist dat integrale perspectief was een van de belangrijkste beloften van de Omgevingswet.

Lokaal maatwerk blijft lastig

Daarnaast blijkt dat gemeenten de ruimte voor lokaal maatwerk nog maar beperkt benutten. Mogelijkheden binnen de omgevingsvergunning, zoals het gebruik van de algemene weigeringsgrond gezondheid of bepaalde milieuvoorschriften, blijven in de praktijk vaak liggen.

Dat is begrijpelijk. Het gaat hier om open normen, die vragen om een zorgvuldige en goed gemotiveerde afweging. Juist daar zit in de praktijk vaak de uitdaging: lokaal maatwerk vraagt niet alleen beleidsruimte, maar ook juridische durf en een stevige onderbouwing.

Snellere besluitvorming is nog geen werkelijkheid

Ook de versnelling van de besluitvorming blijft achter. Hoewel de Omgevingswet kortere beslistermijnen kent, leidt dat nog niet automatisch tot een snellere afhandeling van aanvragen. Volgens cijfers van de VNG wordt ongeveer de helft van de aanvragen niet binnen de wettelijke termijn behandeld.

Daar komt bij dat met de invoering van de Omgevingswet ook de lex silencio positivo als drukmiddel is verdwenen. Daarmee is een belangrijk mechanisme weggevallen dat eerder nog kon bijdragen aan tijdige besluitvorming.

Wat betekent dit in de praktijk?

De conclusie is duidelijk: de systeemverandering van de Omgevingswet leidt niet vanzelf tot een betere uitvoeringspraktijk. Een nieuw wettelijk kader alleen is niet genoeg. Het vraagt ook om scherpe juridische duiding, een doordachte vergunningsstrategie, heldere afstemming tussen betrokken partijen en een integrale blik op initiatief en omgeving.

Juist in een stelsel dat nog volop in ontwikkeling is, komt het aan op overzicht, ervaring en de juiste keuzes op het juiste moment.

Waar MIJ-advies bij kan ondersteunen

MIJ-advies ondersteunt initiatiefnemers, overheden en andere betrokken partijen bij complexe vragen binnen het omgevingsrecht. Of het nu gaat om vergunningverlening, juridische beoordeling, strategisch advies of begeleiding bij procedures: wij helpen om grip te krijgen op een stelsel dat in de praktijk nog lang niet altijd eenvoudig werkt.

Geef een reactie