Onlangs deed de rechtbank Zeeland-West-Brabant een belangrijke uitspraak: de gemeente Gilze en Rijen krijgt toestemming om één perceel te onteigenen om het stationsgebied in Rijen opnieuw in te richten. Het was niet zomaar een zaak: het was de eerste keer sinds de Omgevingswet dat een bekrachtigingsverzoek voor een onteigeningsbeschikking werd toegekend.

Hoe kwam het zover?

De gemeente had twee percelen nodig voor haar plannen rond het station: een fietsenstalling, onderdoorgang, betere ontsluiting etc. Voor beide percelen werd geprobeerd de eigenaren vrijwillig te laten verkopen — zonder succes. Omdat onderhandelen niet werkte, besloot de gemeenteraad tot een onteigeningsbeschikking, waarna zij de rechtbank verzocht om die beschikking bekrachtiging te verlenen (goedkeuring).

De rechtbank keek of alles in wet-en formeel opzicht klopte: was de voorbereiding volgens de regels? Bestaat er duidelijk belang bij de onteigening? Is het echt nodig, en is het urgent? Voor het eerste perceel werd de bekrachtiging gegeven; de rechtbank vond dat de gemeente voldoende moeite had gedaan, en dat aan alle wettelijke eisen was voldaan. Voor het tweede perceel werd het verzoek afgewezen, omdat inmiddels wel overeenstemming was bereikt over vrijwillige verkoop, waardoor onteigening niet langer gerechtvaardigd was.

Wat betekent dit voor jou?

Heb je grond, een woning of andere eigendom in een gemeente die plannen maakt? Dan is deze uitspraak relevant:

Hoe MIJ Advies je kan helpen

Bij MIJ Advies weten we hoe deze nieuwe stijl van onteigening werkt. We kunnen je helpen met:

Geef een reactie