Eerst techniek of eerst ruimtelijk? De Omgevingsvergunning voor bouwen onder de Omgevingswet
Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht is, zijn de spelregels voor bouwen en vergunningen veranderd. Een opvallende wijziging is dat je als aanvrager zelf mag kiezen of je eerst een vergunning aanvraagt voor de technische kant van het bouwen, of eerst kijkt of je plan ruimtelijk past binnen het Omgevingsplan. Maar wat betekent dat precies in de praktijk?
Wat is een technische Omgevingsvergunning?
De technische Omgevingsvergunning gaat alleen over de vraag of je bouwwerk voldoet aan de bouwregels. Denk aan zaken als veiligheid, brandwerendheid, ventilatie en duurzaamheid. Deze eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Of het gebouw op die plek mag staan, komt pas bij de ruimtelijke beoordeling aan bod, via de zogenaamde Omgevingsplanactiviteit (OPA).
Eerst bouwen, dan plannen? Liever niet
De wet laat het toe om eerst een technische vergunning aan te vragen en pas later te kijken of het bouwwerk ruimtelijk mag. Toch is dat meestal geen goed idee. Waarom niet? Omdat je dan het risico loopt dat je een technisch goedgekeurd ontwerp hebt, dat vervolgens niet gebouwd mag worden omdat het niet past in het Omgevingsplan. Dan moet je opnieuw tekenen – met alle kosten en vertraging van dien.
Een verstandige volgorde is dus:
Eerst kijken of het ruimtelijk mag (de OPA).
Daarna de technische vergunning aanvragen.
Of beide tegelijk aanvragen – maar dat vergt goede voorbereiding.
Wanneer heb je een technische vergunning nodig?
Je hebt een technische Omgevingsvergunning nodig als je bouwwerk:
Niet vergunningsvrij is volgens het Bbl.
Niet onder de risicoklasse 1 valt (zoals een eenvoudige aanbouw of eengezinswoning).
Toetsing vereist aan constructie, brandveiligheid, gezondheid of energieprestaties.
Voor veel kleinere bouwwerken geldt: technisch vergunningsvrij, maar mogelijk wél een OPA nodig.
En hoe zit het met de bouwmelding?
Sommige eenvoudige gebouwen vallen onder risicoklasse 1. Dan is geen vergunning nodig, maar moet je een bouwmelding doen. Een onafhankelijke kwaliteitsborger houdt dan toezicht op de bouwkwaliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor eengezinswoningen, maar niet voor appartementencomplexen.
Voorbeelden uit de praktijk
Een dakkapel aan de achterzijde van je huis is meestal technisch vergunningsvrij én past vaak binnen het plan: dus geen vergunning nodig.
Een uitbouw van meer dan 4 meter aan de achterkant van je woning? Dan heb je zowel een OPA als een technische vergunning nodig.
Een grote loods op een bedrijventerrein moet zowel technisch als ruimtelijk worden goedgekeurd.
Waarom deze splitsing?
De nieuwe regels zorgen voor meer duidelijkheid:
Eerst kijken of je plan ruimtelijk mag.
Daarna toetsen of het technisch goed zit.
Dat kan zorgen voor snellere procedures, zeker bij kleinere bouwplannen. Maar het betekent ook dat je zelf goed moet opletten in welke volgorde je zaken regelt.
Hulp nodig bij je bouwplan?
Bij MIJ-Advies helpen we je om snel duidelijkheid te krijgen:
Is je plan technisch vergunningsvrij?
Heb je een OPA nodig?
Kun je volstaan met een bouwmelding?
Wij zorgen dat je niet voor verrassingen komt te staan. Neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.






