In de praktijk van vergunningverlening en bouwregelgeving komt een vraag regelmatig terug: hebben we hier te maken met één bouwwerk, of met meerdere bouwwerken? Op het eerste gezicht lijkt dat een eenvoudige vraag. Toch kan het antwoord grote juridische gevolgen hebben. Het bepaalt bijvoorbeeld welke regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing zijn, of een plan onder nieuwbouw- of verbouwregels valt en hoe kwaliteitsborging voor het bouwen moet worden toegepast.
Juist daarom is het belangrijk om goed te kijken naar de afbakening van een bouwwerk.
Het begrip ‘bouwwerk’ in de Omgevingswet
De Omgevingswet bevat een definitie van het begrip bouwwerk. Kort gezegd gaat het om een constructie van enige omvang, gemaakt van bijvoorbeeld hout, steen of metaal, die direct of indirect met de grond is verbonden of daarop steunt en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.
Deze definitie sluit aan bij de omschrijving die eerder was opgenomen in de model-bouwverordening van de VNG. Daarmee wordt ook aangesloten bij de manier waarop het begrip in de loop van de tijd in de rechtspraak is uitgelegd. Het begrip bouwwerk bestaat immers al sinds de Woningwet 1962. De wetgever heeft er destijds bewust voor gekozen om geen strikt afgebakende definitie te geven. Een bouwwerk kan immers veel verschillende vormen aannemen. Daarom speelt in de praktijk niet alleen de wettelijke omschrijving een rol, maar ook het normale spraakgebruik en de interpretatie in de rechtspraak.
De vraag naar de omvang van een bouwwerk
Minstens zo belangrijk als de vraag of iets een bouwwerk is, is de vraag hoe groot dat bouwwerk juridisch gezien is. Met andere woorden: vormt een constructie één bouwwerk, of zijn er meerdere bouwwerken?
Dat onderscheid kan grote gevolgen hebben voor de toepassing van bouwregelgeving. Zo kan het bepalend zijn voor het toepasselijke toetsingskader, voor de vraag of sprake is van nieuwbouw of verbouw en voor de manier waarop regels over kwaliteitsborging of vergunningvrij bouwen moeten worden toegepast.
In de praktijk doet deze vraag zich vaker voor dan gedacht. Denk bijvoorbeeld aan een nieuw gebouw dat via een verbindingsgang met een bestaand gebouw wordt verbonden. Of aan een bedrijfswoning die tegen een bestaand bedrijfspand wordt gebouwd. Ook bij een appartement in de plint van een groter gebouw met een eigen entree vanaf de straat kan discussie ontstaan over de vraag of dit een zelfstandig bouwwerk is. Zelfs bij een rij grondgebonden woningen op één fundering kan de vraag spelen hoe de bouwregelgeving moet worden toegepast.
Geen harde regel
De wet bevat geen duidelijke regel waarmee altijd kan worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere bouwwerken. In de praktijk wordt daarom gekeken naar de feitelijke situatie. Daarbij speelt vooral de bouwkundige en functionele samenhang tussen constructies een rol.
De bestuursrechter beoordeelt dit soort situaties doorgaans per geval. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de manier waarop constructies met elkaar zijn verbonden en of onderdelen zelfstandig kunnen functioneren. Ook de bedoeling van het ontwerp kan een rol spelen: zijn onderdelen bedoeld om samen één geheel te vormen, of functioneren zij juist als afzonderlijke objecten?
Daardoor blijft de beoordeling in veel gevallen casuïstisch. Sommige situaties zijn duidelijk. Zo worden rijtjeswoningen vrijwel altijd als afzonderlijke bouwwerken gezien, ook al delen zij een fundering of lopen gevels en daken door. In andere gevallen is de beoordeling minder vanzelfsprekend.
Praktische betekenis
Juist in de minder duidelijke situaties speelt de interpretatie van het bevoegd gezag – meestal de gemeente – een belangrijke rol. De vraag of sprake is van één of meerdere bouwwerken lijkt misschien een detail, maar kan grote gevolgen hebben voor vergunningverlening, projectplanning en de toepassing van bouwregelgeving.
Voor initiatiefnemers, gemeenten en adviseurs is het daarom belangrijk om bij bouwplannen niet alleen naar de technische uitwerking te kijken, maar ook naar de juridische afbakening van het bouwwerk.
Wat kan MIJ-advies hierbij betekenen?
MIJ-advies ondersteunt bij dit soort vraagstukken. Wij helpen onder meer bij de juridische beoordeling van bouwplannen onder de Omgevingswet en bij de interpretatie van regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook bij vraagstukken rond nieuwbouw, verbouw en kwaliteitsborging denken wij graag mee.
Twijfelt u hoe een bouwplan juridisch moet worden beoordeeld? MIJ-advies kijkt graag met u mee om te komen tot een juridisch houdbare en praktisch uitvoerbare oplossing.






