Categorie Wij zijn MIJ-advies

De van rechtswege verleende vergunning

Wanneer is sprake van de zogenaamde lex silencio positivo, beter bekend als de van rechtswege verleende vergunning? Een vergunning van rechtswege is een vergunning die wordt geacht te zijn verleend omdat niet (tijdig) een besluit tot vergunningverlening is genomen. Kern daarvan is dat bij het uitblijven van een reactie de aanvraag wordt geacht te zijn gehonoreerd. In de Wabo is bepaald dat deze in paragraaf 4.1.3.3. van de t (Awb) opgenomen regeling ook van toepassing is in het omgevingsrecht. Een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 januari 2019 benadrukt nogmaals dat de fictieve positieve beschikking niet op gaat als een aanvraag binnen de beslistermijn door het bevoegd gezag buiten behandeling is gesteld.

Waar ging de zaak over?

Een burger is eigenaar van een grote boerderij die is aangewezen als rijksmonument. Graag zou hij het gebruik van het pand willen wijzigen van wonen naar verhuur, om daarin recreatief groepsverblijf mogelijk te maken. Artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo verbiedt het zonder omgevingsvergunning uitvoeren van een project dat bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met (onder meer) een bestemmingsplan. Daarom dient de eigenaar op 7 juni 2016 bij het college van burgemeester en wethouders (het college) een aanvraag om omgevingsvergunning in. De bij de aanvraag verstrekte gegevens en bescheiden zijn volgens het college echter onvoldoende voor de beoordeling van de aanvraag, waarop het college de eigenaar op 18 juli 2016 verzoekt de aanvraag aan te vullen. Nu de eigenaar daaraan geen gehoor geeft, stelt het college de

aanvraag op 7 september 2016 buiten behandeling. Tegen dit besluit maakt de eigenaar geen bezwaar. De tijd verstrijkt verder.

Totdat de eigenaar beroep instelt tegen het niet tijdig bekendmaken van de inmiddels ‘van rechtswege verleende omgevingsvergunning’. Immers, bij een reguliere voorbereidingsprocedure hoort een beslistermijn van acht weken. Nu het college niet tijdig op de aanvraag besliste, is de gevraagde omgevingsvergunning – zoals artikel 4:20b, eerste lid, van de Awb bepaalt – op 3 augustus 2016 van rechtswege verleend. Dat het college heeft besloten om de aanvraag buiten behandeling te stellen, kan volgens hem niet verhinderen dat er een omgevingsvergunning van rechtswege is verleend, die het college bekend had moeten maken. Voor de eigenaar reden het college in gebreke te stellen.

Het college geeft daarentegen te kennen dat niet de reguliere maar de uitgebreide voorbereidingsprocedure op de aanvraag van toepassing is. Het college heeft de aanvraag namelijk opgevat als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo. Volgens dit artikel is het verboden om zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Bij het behandeling van zo’n aanvraag moet advies worden ingewonnen bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, als adviseur Rijksdienst voor het cultureel erfgoed.

Deze mening deelt de eigenaar niet. Voor de aangevraagde wijziging hoeft het pand immers niet verbouwd of op een andere manier gewijzigd te worden. Hij heeft gewoon een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo.

Nadat de gang naar de rechtbank de eigenaar niets oplevert gaat hij in hoger beroep bij de Afdeling.

Oordeel Afdeling

Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de eigenaar inderdaad een aanvraag heeft ingediend om een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Op grond van artikel 2.7, eerste lid, tweede volzin, van de Wabo bestaat namelijk de mogelijkheid om voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten, een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo in te dienen. Nu de aanvraag hiermee in overeenstemming is, is hierop inderdaad de reguliere voorbereidingsprocedure met een beslistermijn van acht weken van toepassing.

Toch leidt dit niet tot vernietiging van de aangevallen rechtbank uitspraak.

Met het bij brief van 18 juli 2016 gedane verzoek van het college aan de eigenaar om de aanvraag aan te vullen, heeft het college de beslistermijn met zes weken verlengd, als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, van de Wabo. Dat betekent dat het college uiterlijk op 14 september 2016 een besluit had moeten nemen op de aanvraag. Nu het college bij besluit van 7 september 2016 de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten is gewoon tijdig een besluit genomen, zodat geen omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven. Een buitenbehandelingstelling is immers ook een besluit!

Tot slot

Deze uitspraak laat nog eens zien dat in de Wabo de ‘lex silencio positivo’ geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die met de reguliere procedure wordt voorbereid. Voor de activiteiten waarvoor die reguliere procedure geldt, ontstaat dus van rechtswege een omgevingsvergunning als het bevoegd gezag niet op tijd – binnen acht weken – een besluit op de aanvraag neemt. Een besluit tot buitenbehandelingstelling van een aanvraag is daarbij ook een besluit op een aanvraag en kan dus wel degelijk verhinderen dat een omgevingsvergunning van rechtswege ten gunste van de aanvrager wordt genomen.  (ECLI:NL:RVS:2019:157)


Eerste hulp bij een geweigerde vergunning, beslissing van de gemeente

Als uw aanvraag om omgevingsverguning, horecavergunning, exploitatievergunning of toeslag is geweigerd door de gemeente of u bent het niet eens met het besluit van een gemeente?

In veel gevallen wordt u dan in de gelegenheid gesteld om bezwaar in te dienen tegen het besluit van het bestuursorgaan. In de meeste gevallen is de gemeente het bestuursorgaan maar een bestuursorgaan kan ook  zijn:  de rijksoverheid, een provincie, en een waterschap. Maar ook de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, de Sociale Verzekeringsbank  en het UWV zijn bestuursorganen.

Waar en wanneer

U moet schritelijk bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. In veel gevallen is de gemeente het bestuursorgaan.  Zo’n schriftelijk stuk heet een bezwaarschrift. U moet ervoor zorgen dat uw bezwaarschrit binnen zes weken na verzending van het besluit waar u het niet mee eens  bent bij het bestuursorgaan is. Als uw bezwaarschrift te laat  binnen  komt, wordt het niet niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat uw bezwaarschrift niet in behandeling wordt genomen. In enkele gevallen is de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift korter dan zes weken. Het bestuursorgaan behoort bij het besluit te vermelden hoeveel tijd u hebt om bezwaar te maken. Ontbreekt die informatie, dan is het verstandig dit snel na te vragen bij het bestuursorgaan. Heeft u bezwaar omdat het bestuursorgaan het gevraagde besluit niet op tijd neemt, dan geldt geen bezwaartermijn. U mag uw bezwaarschrift in dat geval echter niet onredelijk laat indienen. U mag bijvoorbeeld niet een jaar wachten voor u bezwaar maakt. Dat is onredelijk laat. Een bezwaarschrift indienen per e-mail is alleen  mogelijk als het bestuursorgaan heet aangegeven (bijvoorbeeld op de website van het bestuursorgaan) dat dit mogelijk is.

Tip

Zorg dat u uw bezwaarschrift indient binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Anders wordt uw bezwaarschrift niet meer behandeld. Neem geen risico. Wacht niet tot de  laatste dag. Het is verstandig uw bezwaarschrift ruim van te voren te versturen, zodat de kans klein is dat er iets misgaat. Ook is het verstandig het aangetekend te versturen, zodat u kunt bewijzen dat u het op tijd heeft verstuurd. Brengt u uw bezwaarschrift toch op de laatste dag naar het bestuursorgaan, doe dat dan tijdens kantooruren en vraag

om een bewijs van ontvangst.

Vergeet niet!

In uw bezwaarschrift moet u in ieder geval vermelden:

  • uw naam en adres;
  • de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft;
  • een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar wilt maken;
  •  de reden waarom u bezwaar maakt;
  • uw handtekening. U moet het bezwaarschrift ondertekenen.

Heeft u een advocaat nodig bij het indienen van een bezwaarschrift? 

Een advocaat hoeft bij zaken die spelen bij de bestuursorgaan niet direct een toegevoegde waarde te hebben. In het bestuursrecht mag u zelf een bezwaar indienen of dit laten doen door een professionele rechtsbijstandverlener op het gebied van het bestuursrecht. Dit hoeft geen advocaat te zijn. Het verschil tussen een professionele rechtsbijstandverlener en een advocaat is vooral het tarief.   Een advocaat kost in de regel  meer dan € 100,00 per uur. Een professionele rechtsbijstandverlener hanteert meestal een veel lager uurtarief.

Vergoeding

U kunt vragen om een vergoeding van de kosten die u heeft gemaakt om een bezwaarschrift in te dienen. Het bestuursorgaan moet dan een deel van uw kosten vergoeden als u gelijk krijgt en het besluit waartegen u bezwaar heeft gemaakt wordt herroepen.  U moet dan uw verzoek om een vergoeding wel hebben gedaan

voordat een besluit is genomen op uw bezwaarschrift. Het is dus verstandig om het verzoek te doen in of bij het bezwaarschrift dat u indient. Het bestuursorgaan kan onder andere een tegemoetkoming geven in de kosten van een advocaat of een professionele rechtsbijstandverlener en van de kosten van een getuige of deskundige, als blijkt dat u deze echt nodig had.

Toch niet zelf een bezwaarschrift indienen?

Laat MIJ-advies u een passende offerte aanbieden om het bezwaarschrift op te stellen en een eventuele hoorzitting voor u te doen. Wij zijn geen advocaten maar wel zeer professionele rechtsbijstandverleners.


Ambtenaren en bestuurders: jullie woord bindt vanaf nu de overheid!

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van vandaag, 29 mei 2019 , (ECLI:NL:RVS:2019:1694) haar rechtspraak over het vertrouwensbeginsel in het bestuursrecht ingrijpend gewijzigd. De Afdeling gaat veel verder dan voorheen en oordeelt dat bestuurders en ambtenaren vanaf nu veel makkelijker de overheid binden met hun uitlatingen en gedragingen.
Deze uitspraak gaat grote consequenties hebben voor (individuele) ambtenaren en bestuurders.


Een concreet initiatief in een zienswijze tegen bestemmingsplan

De gemeente Zandvoort wilde het bestemmingsplan “Centrum-Zandvoort” actualiseren.

Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan stelde de eigenaar van voormalige bedrijfsbebouwing beroep in.

Deze eigenaar had in zijn zienswijze laten weten dat hij de bedrijfsbebouwing wilde gebruiken als woning en dat aan het perceel een bouwvlak zou moeten worden toegekend om dit gebruik mogelijk te maken

De gemeenteraad besloot geen medewerking te verlenen aan het verzoek.

De raad wees erop dat het verzoek pas in de zienswijze kenbaar was gemaakt. Als de raad positief had beslist op het verzoek door vaststelling van het bouwvlak, zouden omwonenden daartegen geen zienswijzen meer hebben kunnen inbrengen. Tenslotte beschikte de raad over onvoldoende gegevens om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een woning op die locatie te kunnen vaststellen.

Meer lezen